Rol het zanddeeg uit en bekleed 4 kleine taartvormpjes. Bak de tartelletjes blind goudbruin en laat ze volledig afkoelen.
Klop de slagroom met de bloemsuiker en het vanille-extract lobbig op. Ze moet luchtig zijn maar nog voldoende stevig om op te spuiten. Doe dit in een spuitzak met ronde spuitmond en zet koel.
Doe het eiwit samen met de fijne suiker in de kom en klop minstens 5 minuten tot een glanzende, stevige massa zonder suikerkorrels.
Zeef de bloemsuiker erbij en klop kort tot een gladde marshmallow fluff. Doe het mengsel in een spuitzak met gekartelde spuitmond.
Was de aardbeien, verwijder de kroontjes en halveer ze.
Verwarm de rode bessengelei kort tot die vloeibaarder is.
Spuit een royale toef vanilleslagroom in elk tartelletje.
Schik de aardbeien rondom met de snijkant naar buiten en bestrijk ze lichtjes met de gelei.
Spuit bovenop een mooie toef marshmallow fluff.
Brand de marshmallow goudbruin met een bunsenbrander en serveer meteen.
Tips
- Laat de zanddeegtartelletjes volledig afkoelen zodat de slagroom niet smelt.
- Klop de slagroom niet te ver op, anders wordt ze korrelig.
- Gebruik stevige, rijpe aardbeien zodat ze mooi blijven staan.
- Geen bunsenbrander? Zet ze heel kort onder een hete grill, maar blijf erbij.
- Bewaren
In de frigo: Ik bewaar afgewerkte tartelletjes maximaal 1 dag in de koelkast. De lege bodems blijven 2 à 3 dagen goed luchtdicht op kamertemperatuur.
In de vriezer: De lege tartelletjes kan ik tot 1 maand invriezen. Afgewerkte tartelletjes vries ik niet in (textuurverlies). - Terug opwarmen: Niet nodig. Enkel lege bodems kan ik 5 minuten opfrissen in een oven van 160 °C.