Maak de labneh een dag op voorhand
Leg een neteldoek of propere uitgespoelde keukenhanddoek in een zeef die op een kom rust en giet er de yoghurt in, plooi doek toe en laat een nacht uitlekken in de koelkast.
De volgende dag hou je ongeveer de helft over: een dikke, romige labneh die perfect is als vulling.
Briochedeeg maken
Doe de lauwe melk samen met de gist en een klein beetje van de suiker in een maatbeker. Laat 5 minuten staan tot het begint te schuimen.
Doe ondertussen de bloem, de rest van de suiker en het zout in de kom van je keukenrobot. Voeg de koude boterblokjes, de eieren, de eidooiers en het gistmengsel toe.
Laat het deeg minstens 10 minuten kneden. Dat lange kneden zorgt voor veel gluten en dus voor die heerlijke luchtige briochetextuur.
Stort het deeg op een licht bebloemd werkvlak, vorm een bol en wikkel in plasticfolie. Laat minimum 4 uur opstijven in de koelkast.
De buns vormen
Verdeel het deeg in 6 gelijke stukken.
Boter en bebloem ondertussen een muffinvorm.
Maak van elk stukje deeg eerst een bolletje en rol het daarna ovaal uit tot ongeveer 12 cm lang. Bestrooi met za’atar en plooi het deeg dubbel op zichzelf.
Maak met een scherp mes of deegkrabber inkepingen om de halve centimeter aan de gevouwen kant. Rol het deeg vervolgens op en plaats het rechtop in de muffinvorm.
Herhaal met de andere stukken deeg.
Laat de buns rijzen tot ze mooi luchtig en verdubbeld zijn in volume.
Afbakken
Meng de eidooier met een klein scheutje melk en bestrijk de buns hiermee.
Bak 25 minuten in een voorverwarmde oven van 170°C tot ze goudbruin en mooi gerezen zijn.
Laat volledig afkoelen.
Labnehvulling maken
Meng de uitgelekte labneh met peper, zout, olijfolie en 1 eetlepel za’atar.
Doe in een spuitzak.
Maak onderaan elk briochebroodje een klein gaatje en vul royaal met de labneh.
Spuit bovenaan nog een klein toefje extra labneh. Maak met een lepeltje een klein kuiltje in de vulling, giet er wat olijfolie over en werk af met extra za’atar.
Werk eventueel af met tijmbloemetjes voor een extra mooie finishing touch.