Maak de gnocchi:
Kook de aardappelen in de schil gaar in gezouten water.
Pel ze terwijl ze nog warm zijn en pureer ze fijn.
Meng met het ei, een snuf zout en voldoende bloem tot een zacht, niet-
kleverig deeg.
Rol het deeg uit tot lange worsten en snijd in kleine stukjes.
Duw eventueel met een vork ribbeltjes in de gnocchi.
Breng een grote pot gezouten water aan de kook.
Kook de gnocchi tot ze boven komen drijven dan zijn ze klaar. Schep ze eruit met
een schuimspaan en bewaar wat kookwater voor de saus.
Maak de Spinaziesaus:
Breng water aan de kook en pocheer de spinazie kort tot ze slinkt.
Giet af, spoel eventueel koud en wring zeer goed uit.
Hak de spinazie grof.
Doe de spinazie samen met: de Parmezaanse kaas, de ansjovis, de olijfolie, peper en zout, een scheutje kookwater.
Mix (of “kuttel”) alles tot een gladde, smeuïge saus. Voeg indien nodig extra
kookwater toe voor de juiste consistentie.
Karameliseer de koolrabi:
Snijd het onderste vezelige stukje van de koolrabi weg.
De schil mag eraan blijven.
Snijd in fijne schijven, dan reepjes en vervolgens in kleine blokjes (brunoise).
Verhit 2 eetlepels olijfolie in een ruime pan.
Stoof de fijngehakte look zachtjes aan tot ze begint te geuren en licht kleurt.
Voeg de koolrabi toe, kruid met peper en zout en laat op middellaag vuur langzaam
karamelliseren. Dit duurt ongeveer 15–20 minuten. Roer regelmatig zodat ze mooi
goudbruin wordt zonder te verbranden.
Afwerking:
Voeg de gekookte gnocchi toe aan de pan met koolrabi.
Schep er de spinaziesaus over.
Meng alles voorzichtig maar grondig.
Werk af met extra Parmezaanse kaas en een druppeltje olijfolie
Serveer onmiddellijk.